
Borneo, is één
van de meest betoverende streken van Insulinde. Met zijn dikke
746.000 vierkante kilometer, 20 keer zo groot als Nederland,
is het na Groenland en Nieuw-Guinea het grootste eiland ter
wereld. Het eiland is verdeeld in drie landen. Sarawak en
Sabah in het noorden, die bij Maleisië horen, en het
Indonesische Kalimantan in het zuiden. Tussen Sarawak en Sabah
ligt het piepkleine maar schatrijke Brunei.
Op Borneo lijkt
de schepping op hol te zijn geslagen: ondoordringbare mistige
regenwouden in het binnenland dooraderd door grote en lange
rivieren die in majestueuze mangrovewouden uitmonden. En om
het mysterie compleet te maken, vormen de mangrovewouden een
ideale biotoop voor de meest bizarre aap- en diersoorten ter
wereld. 
Deze uitbundige
flora en fauna zijn oorspronkelijk afkomstig van het Aziatische
continent want in lang vervlogen tijden zat Borneo nog aan
Java en het vasteland van Maleisië vastgeketend.
We voelen ons onder
het geroep van tropische vogels nagekeken door varanen, makaken,
slangen en hagedissen. Neusapen met druipneuzen, jeneverneuzen,
klompneuzen en wipneuzen lijken veeleer op stripfiguren. Verder
laten de grote zoogdieren zich maar zelden zien, maar daar
tegenover staat dat de aandacht telkens weer getrokken wordt
door de enorme verscheidenheid aan planten en dicht bij de
grond levende dieren: vleesetende bekerplanten, orchideeën,
rafflesiabloemen, paddestoelen, allerlei insecten, kleinere
reptielen, wilde varkens en nog veel meer.
Het lijkt wel of
de mens hier uitgestorven is. Nochtans zijn er de tot de verbeelding
sprekende verhalen over primitieve koppensnellers en kannibalen
die vroeger menig avonturier deden huiveren.
Dit alles kunnen
we ontdekken tijdens deze prachtige reis door dit betoverend
stuk woeste maar prachtige natuur.
Voor het laatste
deel van deze reis duiken we terug in het verleden. We brengen
een bezoek aan Kuala Lumpur, een plaats met een rijk verleden
en een schat aan koloniale gebouwen.